Casus Coach
 

Casus van de week

Te hoog inkomen voor huurtoeslag

De cliënt kan met zijn partner verhuizen naar een aangepaste huurwoning. Het inkomen van het echtpaar is net te hoog voor huurtoeslag. Nu ligt er een aanvraag indicatie voor opname in een AWBZ- instelling.

Wat kunnen de gevolgen hiervan zijn voor de huurtoeslag?

Voor huurtoeslag geldt de algemene regel dat het gezamenlijke inkomen niet boven een bepaalde grens mag uitkomen. Maar hiervoor geldt één belangrijke uitzondering. Bij een indicatie voor opname in een AWBZ-instelling wordt één van de inkomens buiten beschouwing gelaten. Als de partner met het laagste inkomen de huurtoeslag aanvraagt, krijgen zij eerder een toeslag. De toeslag zal bovendien hoger zijn.

Email Email een vriend

De IOW en vakantie

Een cliënt heeft een IOW-uitkering. Kan hij dan ook op vakantie?

En zo ja, aan welke verplichtingen moet hij zich houden?

Als je cliënt een IOW-uitkering heeft dan mag hij maximaal 20 dagen per jaar op vakantie in binnen- of buitenland.

Als zijn uitkering na 1 januari 2012 is begonnen dan heeft hij dit jaar minder vakantiedagen.

Als je cliënt langer dan 20 dagen op vakantie is dan krijgt hij over de dagen die hij langer op vakantie is geen IOW-uitkering.

Mocht je cliënt naar het buitenland gaan, maar niet voor vakantie dan stopt het UWV zijn uitkering direct.

 

Als je cliënt precies wil weten hoeveel vakantiedagen hij dit jaar heeft, dan kan hij hierover naar het UWV bellen (0900-9294).

Email Email een vriend

Gehuwd met zoon?

Een cliënt woont samen met zijn meerderjarige zoon.

Zijn zij als gehuwd aan te merken?

Nee, wel als gezin. Aan personen die een gezin vormen, wordt in principe bijstand verleend als gezinsbijstand. Dit betekent dat aan de zoon en cliënt gezamenlijk bijstand wordt verstrekt. Het inkomen van de zoon wordt in mindering gebracht op de bijstand. Ook het vermogen van de zoon telt mee.

Uitzondering zoon volgt onderwijs
Als de zoon onderwijs volgt en een inkomen heeft dat niet hoger is dan € 1.059,49 behoort hij niet tot het gezin. Is het inkomen van het studerend kind hoger dan wordt hij wel tot het gezin gerekend. Het inkomen van de student dat hoger is dan het genoemde bedrag wordt in mindering gebracht op de bijstand.

Uitzondering zoon heeft Wajong-uitkering
Als de inwonende zoon een Wajong-uitkering ontvangt, vormen zoon en vader een gezin en hebben zij samen recht op de gezinsnorm. De Wajong-uitkering wordt niet van de bijstand afgetrokken.

Overgangsrecht
Bij cliënten die op 31 december 2011 al algemene bijstand ontvingen geldt het bovenstaande in principe pas vanaf 1 juli 2012. Alleen als de bijstand voor die tijd wordt onderbroken en op een nieuwe aanvraag moet worden beslist gelden daarbij de bovenstaande regels.

Email Email een vriend

Afhandelen bijstandsaanvraag

Een alleenstaande cliënt van 25 jaar meldt zich voor een bijstandsuitkering.

Wat moet er nu gebeuren?

Een alleenstaande jongere tot 27 jaar kan pas een aanvraag indienen vier weken nadat hij zich voor het eerst gemeld heeft bij de gemeente of het UWV. De aanvraag wordt ook pas na vier weken in behandeling genomen. De jongere moet namelijk eerst vier weken zelf zoeken naar werk voordat hij recht kan hebben op een bijstandsuitkering.

De gemeente moet bij het vaststellen van het recht op bijstand rekening houden met de inspanningen die je cliënt heeft verricht in de vier weken na de melding. Als je cliënt geen poging gedaan heeft om werk te vinden en hij aangeeft dat hij dat ook niet van plan is, dan heeft je cliënt geen recht op bijstand. Wanneer je cliënt zich niet voldoende ingespannen heeft, kan de gemeente de bijstandsuitkering verlagen.

Werkloosheidsuitkering
Voor jongeren met een WW-uitkering geldt dat zij zich al vier weken voor het einde van de WW mogen melden voor bijstand. Zo valt de plicht om naar werk te zoeken samen met de plicht om werk te zoeken die ook geldt in de WW. Bovendien kan de bijstand zo aansluitend aan de WW-uitkering ingaan.

Email Email een vriend

PGB, inkomsten, bijstandsuitkering

Mijn cliënt heeft begeleiding in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb).

Moet hij het budget opgeven als inkomsten voor de bijstandsuitkering?

Het pgb op zich heeft geen gevolgen voor het recht op bijstandsuitkering van je cliënt. Voor de budgethouder wordt het pgb namelijk niet als inkomen gezien.

Het PGB telt ook niet mee voor bijvoorbeeld de vaststelling van het recht op:
  • bijzondere bijstand;
  • of huurtoeslag.
  • Een gezinslid als zorgverlener
Toch kan het verleende budget van invloed zijn op de hoogte van de uitkering die je cliënt ontvangt. Dit is het geval als je cliënt niet alleenstaand is en de partner of een ander gezinslid van de cliënt de zorg verleent en daarvoor uit het budget betaald wordt. Voor de zorgverlener zijn de betalingen uit het pgb namelijk wel inkomsten waarmee bij de bijstandsverlening aan het gezin rekening gehouden wordt.

Als je cliënt op 31 december 2011 al een bijstandsuitkering had, wordt zijn uitkering - als dat nodig is - per 1 juli 2012 aangepast aan de nieuwe regels. Anders gelden de regels voor het gezin nu al.
Email Email een vriend

Ouderdomspensioen en gezamelijke huishouding

Een cliënt is 65 jaar en zijn kleinzoon van 21 jaar komt bij hem wonen op 30 mei. De kleinzoon verdient maandelijks €1500 bruto, hij helpt zijn opa met het huishouden en draagt maandelijks bij in de kosten van de huishouding.

Wat zijn de gevolgen voor het recht op zijn ouderdomspensioen?

Je cliënt heeft recht op een ouderdomspensioen voor een gehuwde met ingang van juni. Hij heeft geen recht op toeslag. De hoogte van het recht op ouderdomspensioen is afhankelijk van de leefsituatie. Een pensioengerechtigde die ongehuwd is en/of alleen woont, heeft recht op een ouderdomspensioen voor een ongehuwde (70% van het minimumloon). Indien een pensioengerechtigde een gezamenlijke huishouding voert dan heeft hij recht op een ouderdomspensioen voor een gehuwde (50% van het minimumloon). De twee meerderjarige personen zijn partners. Indien een pensioengerechtigde een gezamenlijke huishouding voert met een partner jonger dan 65 jaar dan bestaat er mogelijk recht op toeslag.

Met ingang van welke datum recht bestaat op ouderdomspensioen voor een gehuwde hangt af van het feit of het ouderdomspensioen hoger of lager wordt. Indien het ouderdomspensioen hoger wordt dan wordt het recht omgezet met ingang van de eerste dag van maand waarin de wijziging in de leefsituatie heeft plaatsgevonden. Als het ouderdomspensioen lager wordt dan wordt het recht omgezet met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de wijziging in de leefsituatie heeft plaatsgevonden.

De toeslag is afhankelijk van het inkomen van de partner jonger dan 65 jaar. Met een maandelijks inkomen van €1.500,00 bruto per maand bestaat geen recht op toeslag. Er bestaat dan alleen recht op een ouderdomspensioen voor een gehuwde.

Email Email een vriend

Ziek tijdens vakantie

Een cliënt is ziek geworden tijdens zijn vakantie. Zijn werkgever vindt dat de vakantie tijdens de ziekte gewoon doorloopt. Hij heeft dus ook over de ziektedagen vakantiedagen afgeschreven.

Mag dat?

Vakantiedagen afboeken niet toegestaan
Als je cliënt ziek is geworden tijdens zijn vakantie dan worden de dagen dat hij ziek was als ziektedagen gezien en niet als vakantiedagen. De werkgever mag deze dagen dus niet zomaar afboeken als vakantiedagen. Alleen als je cliënt er mee instemt kunnen zijn ziektedagen als vakantiedagen worden aangemerkt.

Vakantiedagen afboeken wel toegestaan
Dat ligt anders als je cliënt vooraf schriftelijk met zijn werkgever heeft afgesproken dat ziektedagen als vakantiedagen kunnen worden aangemerkt of als dit in een cao is geregeld die voor je cliënt geldt. In dat geval mag de werkgever de ziektedagen als vakantiedagen afboeken. Daar zit wel een grens aan. De werkgever mag nooit meer ziektedagen als vakantie afboeken dan het aantal bovenwettelijke vakantiedagen dat je cliënt in dit jaar opbouwt.

Email Email een vriend

Weigering taxikostenvergoeding Wmo, WIA, voorliggende voorziening

De cliënt ontvangt een werkvervoersvoorziening van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De cliënt vraagt bij de gemeente een taxikostenvergoeding voor het zich lokaal verplaatsen. De gemeente weigert de aanvraag en stelt dat de cliënt een aanvraag om leefvervoer bij het UWV moet indienen.

Heeft de gemeente gelijk?

Ja, de gemeente heeft gelijk. Ontvangt je cliënt een werkvervoersvoorziening van het UWV op grond van de Wet WIA, dan moet het UWV beoordelen of er aanleiding is om je cliënt een leefvervoersvoorziening te verlenen op grond van de Wet WIA. Deze leefvervoersvoorziening heeft betrekking op de vervoersfunctie in de leefsfeer en komt overeen met de compensatieplicht voor het lokaal verplaatsen in de Wmo. Het UWV moet onderzoek doen naar de individuele vervoersbehoefte van je cliënt, buiten de behoefte aan woon-werkverkeer.

De leefvervoersvoorziening geldt voor de Wmo in principe als voorliggende voorziening. Dit betekent ook dat als je cliënt het niet eens is met de beslissing van het UWV, hij daartegen bezwaar en (hoger) beroep moet instellen. De Wet WIA kent echter wel inkomensgrenzen voor een leefvervoersvoorziening. Heeft je cliënt een te hoog inkomen, dan is de Wet WIA geen voorliggende voorziening. In dat geval moet de gemeente je cliënt compenseren in de beperkingen in het zich lokaal verplaatsen.

Email Email een vriend

Bijstandsnorm na aangifte IB/PVV

Op de bijstandsnorm van mijn cliënten worden inkomsten uit arbeid en de algemene heffingskorting voor de minst verdienende partner gekort. Na aangifte IB/PVV over het vorig kalenderjaar moet de minst verdienende partner een bedrag terugbetalen.

Wat moet er nu gebeuren?

De Belastingdienst heeft de heffingskorting voor de minst verdienende partner vorig kalenderjaar voorlopig toegekend op basis van het destijds ingevuld schattingsinkomen. Na afloop van het kalenderjaar is de aanspraak op heffingskortingen vastgesteld op grond van het daarvan afwijkend daadwerkelijk ontvangen jaarinkomen.

Nu achteraf is gebleken dat de uitbetaalde heffingskorting te hoog is geweest is in feite ook de inkomstenkorting te hoog geweest. De over die periode verleende algemene bijstand moet herberekend worden en het verschil moet worden nabetaald. In deze situatie is het bovendien gewenst dat je nagaat of het schattingsinkomen over het lopend kalenderjaar niet aangepast moet worden.

Bijzondere bijstand
Het is ook mogelijk om in plaats hiervan bijzondere bijstand te verlenen voor de te veel ontvangen heffingskorting. Dan is het niet nodig om de algemene bijstand van het afgelopen jaar te herberekenen waardoor het fiscale inkomen van je cliënt van dat jaar niet wijzigt.

Email Email een vriend

WW-uitkering en vrijwilligerswerk

Een cliënt heeft al geruime tijd een WW-uitkering. Zij solliciteert vaak maar maakt weinig kans op de arbeidsmarkt. Zij kan zich nu tijdelijk zeer nuttig maken in een vrijwilligersproject in de ouderenzorg, maar dat kost haar wel een paar dagen in de week.

Is dat te combineren met haar WW-uitkering?

Hoofdregel is dat vrijwilligerswerk moet worden gecombineerd met het zoeken naar een baan. Het UWV kan wel ontheffing geven van de sollicitatieplicht. Bij een aanvraag voor ontheffing kijkt UWV naar het volgende:

  • - Heeft de cliënt een gebleken grote afstand tot de arbeidsmarkt?
  • - Zal door het vrijwilligerswerk de afstand tot de arbeidsmarkt worden verkleind?
  • - Wordt gemiddeld minimaal 20 uur per week vrijwilligerswerk verricht ?

Ontheffing van de sollicitatieplicht kan worden gegeven als alle vragen met ja worden beantwoord. Duur ontheffing De ontheffing wordt voor maximaal zes maanden gegeven. Verlenging met opnieuw zes maanden is mogelijk als dat kan helpen om de afstand tot de arbeidsmarkt (verder) te verkleinen.

Email Email een vriend

Belastingaftrek eigen bijdrage AWBZ en Wmo

Een cliënt betaalt een eigen bijdrage voor zijn verblijf in een AWBZ-instelling.
Is deze eigen bijdrage aftrekbaar in de inkomstenbelasting?

Nee, sinds 1 januari 2009 is de eigen bijdrage die je cliënt betaalt voor verblijf in een AWBZ-instelling niet meer aftrekbaar als ziektekosten. Om dit te compenseren is de eigen bijdrage wel verlaagd. Daarnaast geldt dat je cliënt in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg). De Wtcg wordt uitgevoerd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

Ook andere eigen bijdragen op grond van de AWBZ zijn niet langer aftrekbaar evenals de eigen bijdrage (bij verstrekking in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget) of het eigen aandeel (bij een financiële tegemoetkoming) ingevolge de Wmo. In veel gemeenten kunnen minima aanspraak maken op een vergoeding (via de bijzondere bijstand) voor de eigen bijdrage van de Wmo.

Email Email een vriend

Vervoersvoorziening kind, elektrische fiets

Cliënte is 15 jaar en gaat naar het regulier voortgezet onderwijs. Zij heeft reuma en vraagt een elektrische fiets aan via de Wmo om zelfstandig naar school te kunnen fietsen en deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer.

Is vergoeding via het UWV of leerlingenvervoer een voorliggende voorziening die passend en toereikend is?

Nee, het UWV vergoedt alleen aanpassingen aan fietsen die speciaal voor gehandicapten bedoeld zijn. Ook het leerlingenvervoer valt af, want leerlingen van het voortgezet onderwijs komen hiervoor alleen in aanmerking als zij door hun belemmering niet met het openbaar vervoer kunnen reizen. Blijft over de Wmo.

Met het verstrekken van een fiets met elektrische trapondersteuning kan je cliënte zich zelfstandig en samen met klasgenoten verplaatsen in haar directe leefomgeving en op de middellange afstand. Het vervoer- en participatieprobleem wordt hierdoor adequaat gecompenseerd. Een elektrische fiets voor iemand van 15 jaar kan niet als een algemeen gebruikelijke voorziening worden aangemerkt. Daarom kun je als gemeente een elektrische fiets toekennen aan je cliënte.

Email Email een vriend

Schuldregeling en kinderbijslag

Ik wil voor mijn cliënt een schuldregeling treffen. Hij ontvangt kinderbijslag voor zijn twee kinderen.

Mag hij die zelf houden of moet de kinderbijslag ten goede komen aan de schuldeisers?

Op kinderbijslag is een beslagverbod van toepassing. Je cliënt mag dit bedrag dus houden en hoeft dat niet af te dragen aan de schuldeisers. Verder geldt dat je cliënt naast de kinderbijslag nog minstens 90% van de geldende bijstandsnorm mag gebruiken voor zijn levensonderhoud.

Email Email een vriend

Schuldhulpverlening weigeren aan UWV fraudeur

Mijn cliënt heeft verschillende schulden. Een van die schulden betreft een boete aan het UWV in verband met het verzwijgen van inkomsten uit arbeid tijdens het ontvangen van een WW-uitkering.

Mijn cliënt heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het UWV.
Heeft hij recht op schuldhulpverlening?

Je kunt schuldhulpverlening in ieder geval weigeren als een aanvrager fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft. Wel is vereist dat diegene in verband met die fraude onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. Nu je cliënt in beroep is gegaan tegen de beslissing op bezwaar van het UWV, staat de bestuurlijke boete die is opgelegd nog niet onherroepelijk vast. Dat betekent dat je de schuldhulpverlening niet zomaar mag weigeren op grond van de Wgs.

Je gemeente kan echter afwijken van de Wgs en specifieker fraudebeleid hebben vastgesteld. Dat kan betekenen dat de gemeente de schuldhulpverlening van je cliënt toch mag weigeren, ook als is de straf nog niet onherroepelijk. Om te beoordelen of je cliënt recht heeft op schuldhulpverlening zul je niet alleen moeten kijken naar het gemeentelijk fraudebeleid, maar ook naar de andere wettelijke en gemeentelijke toelatings- en weigeringsgronden.

Email Email een vriend

Schuldhulpverlening weigeren aan UWV fraudeur

Een cliënt heeft schuldhulpverlening aangevraagd, maar ik heb nog niet alle relevante gegevens compleet om een goede beschikking af te geven.

Wat kan ik doen om te voorkomen dat ik de beslistermijn overschrijd?

Naar aanleiding van een verzoek om schuldhulpverlening moet je niet alleen een beschikking schuldhulpverlening afgeven, maar die beschikking moet ook nog eens binnen een bepaalde termijn na de aanvraag worden afgegeven. In beginsel bedraagt die beslistermijn acht weken.

Indien je cliënt bij de aanvraag niet alle benodigde gegevens en bescheiden heeft overgelegd, dan heeft je gemeente de mogelijkheid de aanvraag buiten behandeling te stellen. Wel is daarvoor noodzakelijk dat aan je cliënt schriftelijk een termijn wordt gegeven om alsnog de gevraagde gegevens te overleggen dan wel om gegevens aan te vullen. Dat wordt de aanvultermijn of hersteltermijn genoemd. Tijdens die aanvul- of hersteltermijn wordt de beslistermijn opgeschort. De opschorting gaat in op de dag waarop je gemeente het betreffende verzoek doet om de gegevens aan te leveren en eindigt op de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn (ongebruikt) is verstreken. Je beslistermijn wordt dus zoveel langer als de opschorting duurt.

De duur van de aanvul- of hersteltermijn (en dus de opschorting) hangt af van de aard en omvang van de nog te verstrekken gegevens. De lengte van de termijn moet zodanig zijn dat een aanvrager in staat kan worden geacht alle gevraagde gegevens en bescheiden voor de afloop van de hersteltermijn aan te leveren. Als het nodig is kun je de aanvul- of hersteltermijn verlengen. Wel moet je de gegeven verlenging steeds binnen vier weken nadat de (laatstelijk) gestelde termijn is verstreken kenbaar maken.

Email Email een vriend

Schuldhulpverlening weigeren aan UWV-fraudeur?

Mijn cliënt heeft verschillende schulden. Een van die schulden betreft een boete aan het UWV in verband met het verzwijgen van inkomsten uit arbeid tijdens het ontvangen van een WW-uitkering. Mijn cliënt heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het UWV.

Heeft hij recht op schuldhulpverlening?

Je kunt schuldhulpverlening in ieder geval weigeren als een aanvrager fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft. Wel is vereist dat diegene in verband met die fraude onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. Nu je cliënt in beroep is gegaan tegen de beslissing op bezwaar van het UWV, staat de bestuurlijke boete die is opgelegd nog niet onherroepelijk vast. Dat betekent dat je de schuldhulpverlening niet zomaar mag weigeren op grond van de Wgs.

Je gemeente kan echter afwijken van de Wgs en specifieker fraudebeleid hebben vastgesteld. Dat kan betekenen dat de gemeente de schuldhulpverlening van je cliënt toch mag weigeren, ook als is de straf nog niet onherroepelijk. Om te beoordelen of je cliënt recht heeft op schuldhulpverlening zul je niet alleen moeten kijken naar het gemeentelijk fraudebeleid, maar ook naar de andere wettelijke en gemeentelijke toelatings- en weigeringsgronden.

Email Email een vriend

Robotarm voor rolstoel?

Een cliënt is rolstoelafhankelijk en kan zijn armen niet gebruiken. Hij is daarom aangewezen op een robotarm aan zijn rolstoel.

Komen de kosten voor rekening van de Zorgverzekeringswet, de AWBZ of de Wmo?

Cliënt verblijft niet in een AWBZ-instelling
In deze situatie is een robotarm een hulpmiddel ter compensatie van onvoldoende arm-, hand- en vingerfunctie welke wordt vergoed op grond van de Zorgverzekeringswet, specifiek geregeld in de Regeling zorgverzekering. Daaronder valt ook het plaatsen van de robotarm op de rolstoel. De kosten vallen wel onder het verplicht eigen risico.

Cliënt verblijft in een AWBZ-instelling en ontvangt daar ook behandeling
In deze situatie kan een robotarm een hulpmiddel zijn ter vervanging van de zorg (behandeling) die de instelling aan je cliënt levert. Daaronder valt ook het plaatsen van de robotarm op de rolstoel.

In beide situaties heeft de gemeente geen compensatieplicht. Het recht op voorzieningen uit andere wetten heeft namelijk voorrang op de Wmo.

De gemeente mag voor de kosten van het verplicht eigen risico geen bijzondere bijstand verlenen. Je cliëntheeft mogelijk recht op de compensatieregeling eigen risico die jaarlijks automatisch door het CAK wordt uitbetaald.

Email Email een vriend

Aanspraak AWBZ-vervoer, geen compensatieplicht omheining tuin

De cliënt heeft drie kinderen. Twee kinderen zijn bekend met forse gedragsproblemen en meervoudige handicaps. Met een AWBZ-indicatie bezoeken zij negen dagdelen per week een kindercentrum. Het derde kind heeft klassiek autisme en vertoont problematisch gedrag. De cliënt brengt de kinderen zelf naar het kindercentrum en naar school. Omdat zij problemen heeft bij dat vervoer vraagt zij om een omheining van de tuin rondom de woning en de oprit waar de auto staat. De kinderen moeten namelijk om beurten in de auto worden gezet en kunnen weglopen. De gemeente weigert de aanvraag en stelt dat de cliënt voor het vervoer bij de AWBZ moet aankloppen.

Heeft de gemeente gelijk?


Ja, de gemeente heeft gelijk. Hoewel de cliënt geen vervoersvoorziening aanvraagt hebben de beperkingen wel alles te maken met een vervoersprobleem. Onder de AWBZ-indicatie voor het bezoeken van een kindercentrum valt eveneens het vervoer van huis naar het kindercentrum en terug. Dit betekent ook dat het de verantwoordelijkheid van het kindercentrum is om te zorgen voor geschikt vervoer, zonodig met begeleiding en persoonlijke verzorging tijdens de ritten. Dat (aangepast) vervoer niet wordt aangeboden vanwege het ontbreken van financiële middelen maakt daarbij geen verschil. Kort gezegd er is een afdwingbaar recht.

Voor het derde kind bestaat geen aanspraak op AWBZ-vervoer. Het is aannemelijk dat als het vervoersprobleem van de andere kinderen is opgelost, de cliënt de 'handen vrij heeft' om het derde kind op een goede manier naar school te begeleiden.

 

Email Email een vriend

Gemeente weigert aanvraag door hulphond

Een cliënte ondervindt beperkingen bij het openen en sluiten van de gordijnen en het bedienen van de thermostaat. De gemeente weigert de aanvraag omdat zij een hulphond ter beschikking heeft. Cliënte stelt dat de hond niet bij de gordijnen kan, omdat deze achter een verwarmingselement hangen.

Heeft de gemeente de aanvraag door de aanwezigheid van een hulphond als voorliggende voorziening terecht geweigerd?


Het openen en sluiten van de gordijnen
Uit onderzoek moet blijken of de hulphond de gordijnen kan openen en sluiten, bijvoorbeeld door ze op een andere plaats op te hangen. Ook het bevestigen van een gordijnkoord kan het probleem oplossen. Dus op dit punt kan de gemeente de aanvraag terecht hebben afgewezen.

De thermostaat
Het is niet aannemelijk dat de hulphond de thermostaat kan bedienen. In het kader van het zelfstandig functioneren van cliënte kan het noodzakelijk zijn dat zij zelf de thermostaat regelt. Een hulpmiddel bij het bedienen van een thermostaat valt onder omgevingsbedieningsapparatuur. Omgevingsbedieningsapparatuur is de verzamelnaam voor diverse apparaten waarmee personen met een beperking hun omgeving kunnen sturen.

Woont de cliënt in een eigen woning of ADL-woning?
Dan valt de thermostaat onder de Wmo en heeft de gemeente de aanvraag ten onrechte geweigerd. Verblijft zij in een AWBZ-instelling, dan is de AWBZ voorliggende voorziening en mag de gemeente de aanvraag weigeren.

 

Email Email een vriend

Kindgebonden budget bij co-ouderschap

Een cliënt zorgt na zijn scheiding samen met zijn ex-partner voor de kinderen. Graag willen hij en zijn ex-partner allebei 50% van het kindgebonden budget ontvangen. Is dit mogelijk?


Dit hangt ervan af. Zijn er meer kinderen, dan kunnen beide ouders apart kinderbijslag aanvragen (mits niet alle kinderen bij één ouder staan ingeschreven) en ook allebei kindgebonden budget aanvragen. Het is overigens de vraag of dit verstandig is, omdat het bedrag van het kindgebonden budget hoger is wanneer de ouder met het laagste inkomen deze toeslag aanvraagt.

 

 

Email Email een vriend

Woningsanering compensatie vanuit Wmo?

Een cliënt heeft een allergie en vraagt om sanering van zijn woning. Heeft de cliënt recht op compensatie vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)?


Vaak bestaat er op basis van gemeentelijk beleid geen recht op een woonvoorziening omdat de benodigde voorzieningen algemeen gebruikelijk zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vloerbedekking of gordijnen. De gemeente mag rekening houden met de leeftijd van de huidige materialen in de woning. Bij een bepaalde leeftijd zijn materialen aan vervanging toe en van je cliënt wordt verwacht dat hij hiervoor spaart. Bij de nieuwe aanschaf kan je cliënt dan rekening houden met de eisen waaraan het materiaal moet voldoen.

Een uitzondering kan worden gemaakt bij onverwacht optredende kosten, die medisch gezien dringend noodzakelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan een plotselinge ernstige allergie voor huisstofmijt, waardoor de nog niet afgeschreven vloerbedekking moet worden vervangen door een gladde vloer.

Kosten van allergeenvrije hoezen vallen niet onder de woningsanering. Hiervoor kan je cliënt terecht bij de zorgverzekeraar.

 

Email Email een vriend

Een alcoholverslaafde scootmobiel gebruiker. Hoe kan de gemeente hier mee omgaan?

Een cliënt is slecht ter been en aan hem is een scootmobiel in bruikleen toegekend vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Onlangs is hij opnieuw in aanraking geweest met de politie wegens rijden onder invloed op de scootmobiel. Volgens zijn bijstandsconsulent is de cliënt verslaafd aan alcohol.

Welke mogelijkheden heeft de gemeente om in te grijpen?


Als het gebruik van de scootmobiel onverantwoord is vanwege de verkeersveiligheid, dan kan de gemeente de scootmobiel innemen. De inname moet wel gebaseerd zijn op een gedegen onderzoek naar de gewijzigde feiten en omstandigheden, zo mogelijk ondersteund door een medisch en/of politierapport.

Ook moet de gemeente aan cliënt een alternatief bieden om zijn vervoersprobleem te compenseren na inname van de scootmobiel, bijvoorbeeld gebruik van het collectief vervoer.

Cliënt zal voor de bijstandsuitkering alles in het werk moeten stellen om zijn afhankelijkheid van de bijstand op te heffen. Hierbij heeft de gemeente de mogelijkheid om hem te verplichten zich te onderwerpen aan een medische behandeling om zijn verslaving te genezen.

De kosten van verslavingszorg kunnen worden vergoed uit de basisverzekering van de zorgverzekeraar (met uitzondering van het eigen risico).

 

Email Email een vriend

Schuldregeling en opname in verpleeghuis?

Voor twee cliënten is een schuldregeling gestart. Zij ontvangen een WWB-uitkering. De schuldregeling loopt al ruim een jaar. In verband met gezondheidsproblemen is één van beiden opgenomen in een verpleeghuis. Komt de schuldregeling nu in gevaar?
Welke mogelijkheden heeft de gemeente om in te grijpen?


Opname in een verpleeghuis hoeft geen einde van de schuldregeling te betekenen. Wanneer de opname korter dan een half jaar duurt, verandert er ook niets aan de uitkering en de afloscapaciteit. Wanneer de opname langer dan een half jaar duurt, kan dat gevolgen hebben voor de uitkering. Dan kan degene die niet opgenomen is, door de uitkeringsinstantie worden gezien als een alleenstaande.

ls de uitkering verandert, moet een nieuwe berekening worden gemaakt van de afloscapaciteit. Het kan zijn dat daar niets aan verandert. Voor het geval de afloscapaciteit wel vermindert, valt dit niet te verwijten aan je cliënten. Immers, dit is een gevolg van ziekte.

Adviseer je cliënten om de verandering in hun situatie zo snel mogelijk door te geven aan de schuldhulpverlener. Die kan een berekening maken voor de nieuwe situatie.

 

Email Email een vriend

Moet ik akkoord gaan met een betalingsvoorstel van 5% voor een eigen bijdrage inburgering?

De gemeente heeft ten aanzien van een niet betaalde eigen bijdrage in het kader van de Wet inburgering een betalingsvoorstel gekregen van een kredietbank. Het voorstel gaat uit van een betaling van 5% van het totale bedrag van € 270. Moet ik hiermee akkoord gaan?
Welke mogelijkheden zijn er voor de gemeente?


Als hoofdregel geldt dat schuldeisers in beginsel een gelijke rang hebben. Er gelden een aantal uitzonderingen: voorrang vloeit voort uit pand, hypotheek en voorrechten uit andere in de wet aangegeven gronden. In de Wet inburgering is zo'n bevoorrechting echter niet opgenomen. Als gemeente heb je met betrekking tot voldoening van de eigen bijdrage dus geen bevoorrechte (preferente) positie.

Je kunt de eigen bijdrage wel bij dwangbevel invorderen. Een dwangbevel is een namens de overheid uitgevaardigd schriftelijk bevel, gericht aan een persoon of rechtspersoon. Door dat 'bevel' heb je de mogelijkheid om een geldsom bij de schuldenaar te incasseren. Voordat een dwangbevel mag worden uitgevaardigd moet er eerst worden aangemaand. Een gerechtsdeurwaarder moet het dwangbevel betekenen. Het dwangbevel heeft dezelfde kracht als een gerechtelijk vonnis. Je kunt als gemeente uiteindelijk - als niet wordt betaald - beslag leggen op een onroerend goed, op loon of een uitkering van de schuldenaar. Daarvoor hoef je niet naar de rechter. Wel is het zo dat als er meerdere beslagleggers op hetzelfde goed zijn, dat dan eerst de executiekosten moeten worden betaald en vervolgens de resterende opbrengst van het beslagene wordt verdeeld onder de beslagleggers. De regels over concurrente en preferente schuldeisers gelden ook in dat geval. Het kan dus zijn dat je maar een klein deel van de opbrengst krijgt. Mochten er meer beslagleggers zijn of een faillissement aan de orde zijn, dan is de weg van beslag alleen aan te raden als je een flinke opbrengst van de beslagen verwacht.

Is beslag geen optie of vind je het niet wenselijk om over te gaan tot het leggen van beslag, dan kun je overwegen akkoord te gaan met het voorstel. Natuurlijk moet het gedane voorstel dan wel het maximaal haalbare zijn. Ga je niet akkoord met het voorstel en de meeste andere schuldeisers wel, dan kun je eventueel via een dwangakkoord daartoe worden verplicht.

 

Email Email een vriend

Kinderopvangtoeslag terugbetalen bij fraude gastouderbureau

Een cliënt heeft in verband met fraude bij het gastouderbureau van de Belastingdienst/Toeslagen een herzieningsbeschikking kinderopvangtoeslag 2011 gekregen waardoor zij € 3000 moet terugbetalen. In april 2012 heeft mijn cliënt al een 'definitieve berekening' over 2011 gekregen.

Welke mogelijkheden zijn er voor de cliënt?


Herzieningsbeschikking

In principe staat de hoogte van de toeslag van je cliënt vast na de ontvangst van de definitieve berekening. Er zijn echter twee situaties waarin de Belastingdienst/Toeslagen de toeslag toch nog kan aanpassen met behulp van een zogeheten herzieningsbeschikking:

1. De Belastingdienst raakt op de hoogte van feiten of omstandigheden waarvan hij bij de toekenning redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de tegemoetkoming vermoedelijk tot een te hoog bedrag is toegekend (nieuw feit).

2. De tegemoetkoming was te hoog en de aanvrager van de toeslag of zijn partner wist dit of had dit moeten weten (kenbare fout).

In dit geval gaat het erom of de Belastingdienst/Toeslagen bij de definitieve berekening van de toeslag in april 2012 al op de hoogte was van de fraude bij het gastouderbureau. Is het antwoord op deze vraag 'ja', dan beschikt de Belastingdienst niet over een nieuw feit en kan je cliënt de herziening aanvechten. Was de Belastingdienst nog niet op de hoogte van de fraude, dan beschikt hij wel over een nieuw feit om de toeslag te herzien.

 

Email Email een vriend

 

 

Het is nodig dat een WWB-gerechtigde zijn kennis van de Nederlandse taal vergroot

Mijn cliënt ontvangt een WWB-uitkering. Hij spreekt nauwelijks Nederlands. Hoe kan ik er voor zorgen dat mijn cliënt zijn kennis van de Nederlandse taal vergroot?

Welke mogelijkheden zijn er?


Is je cliënt inburgeringsplichtig? Dan moet hij binnen een bepaalde periode het inburgeringsexamen behalen. Bij het examen wordt beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de samenleving getoetst.

Volgt je cliënt een door de gemeente aangeboden of vastgestelde inburgeringsvoorziening? Dan kan hij een boete krijgen als hij zich verwijtbaar niet aan de verplichtingen houdt. De boete kan worden verrekend met de algemene bijstand.

Vanaf 1 januari 2013 moet de inburgeringsplichtige zelf de inburgering regelen en betalen. Je cliënt kan een lening bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) vragen. Je kunt cliënt niet verplichten een lening af te sluiten. De WWB is niet gericht op verplichtingen die strekken tot vermindering van een re-integratievoorziening.

Je kunt een re-integratievoorziening aanbieden. Dit kan ook als inburgering niet aan de orde is. Je levert maatwerk. Als het nodig is kan cliënt een cursus voor laaggeletterden volgen. Of hij maakt gebruik van een taalkennisvoorziening, noodzakelijk voor het afronden van een opleiding. Met een duaal traject vergroot cliënt zijn taalvaardigheid tegelijkertijd in de klas en in de praktijk.

Je cliënt is verplicht gebruik te maken van de aangeboden voorzieningen. Als hij de arbeids- of re-integratieplicht niet nakomt, verlaag je de bijstand met toepassing van de afstemmingsverordening.

 

Email Email een vriend

 

 

Kan een taalprobleem gevolgen hebben voor toelating tot de WSNP?

De cliënt is gehuwd met een vrouw uit Egypte. Zij zijn via België naar Nederland gekomen, waardoor de vrouw geen inburgeringscursus heeft gevolgd. Door haar taalprobleem kan zij nu geen werk vinden. Heeft dat gevolgen voor toelating tot de WSNP?

Welke gevolgen zijn er voor de cliënt?


Met het bewust gebruiken van de Belgiëroute om de Nederlandse immigratieregels te omzeilen, laten je cliënt en zijn vrouw zien dat zij zich niet bewust zijn van de verantwoordelijkheid om te integreren en gezamenlijke schulden te voorkomen of af te lossen.

Het WSNP-verzoek kan door de rechter worden afgewezen, omdat er niet voldoende verantwoordelijkheid tegenover schuldeisers is getoond. Daarom is het niet voldoende aannemelijk dat je cliënt en zijn vrouw aan hun verplichting zullen voldoen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven

 

Email Email een vriend

 

 

Een cliënt benadeelde de gemeente 3 jaar lang voor € 55.000. Kan ik een boete opleggen?

Een cliënt is zijn informatieplicht in de WWB niet behoorlijk nagekomen, waardoor hij de gemeente vanaf de ingangsdatum van zijn bijstandsuitkering ( 1 januari 2010) tot 1 maart 2013 voor ongeveer een nettobedrag van €55.000 heeft benadeeld. Kan ik hiervoor een boete opleggen?

Welke mogelijkheden zijn er?


Per 1 januari 2013 is door middel van een wijziging van de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude de aangiftegrens voor bijstandsfraude verhoogd naar €50.000. Daarnaast moet in een aantal bijzondere gevallen ook bij een benadelingsbedrag beneden deze grens aangifte worden gedaan bij het Openbaar Ministerie.

Inlichtingenfraude
Omdat in dit geval aangifte van de inlichtingenfraude moet worden gedaan, moet worden afgezien van het opleggen van een boete. Een samenloop van bestuurlijke boeten en strafrechtelijke sancties is wettelijk niet geoorloofd, omdat dit zou leiden tot dubbele “bestraffing”.

 

Boete
Indien het Openbaar Ministerie echter zal seponeren kan alsnog een boete worden opgelegd, tenzij de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete inmiddels is vervallen. Er is dan namelijk nog niet gestraft. Ook kan het college een bestuurlijke boete opleggen indien het niet binnen dertien weken een reactie van de officier van justitie heeft ontvangen.

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Zijn er gevolgen voor een cliënte als ze haar grootmoeder gaat verzorgen en bij haar intrekt?

Een alleenstaande cliënte wil gaan inwonen bij haar grootmoeder die een woning in eigendom bewoont, hulpbehoevend is en over een indicatie voor opname in een AWBZ-instelling beschikt. Heeft deze samenwoning en verzorging gevolgen voor de bijstandsuitkering en de zorgtoeslag van cliënte en/of voor de AOW en zorgtoeslag van haar grootmoeder?

Welke gevolgen zijn er?


Bijstandsuitkering
In de Wet Werk en Bijstand wordt een gezamenlijke huishouding van twee bloedverwanten in de tweede graad van wie bij een van beiden sprake is van zorgbehoefte niet gelijk gesteld met gehuwden. Je cliënte blijft voor de WWB dan ook een alleenstaande. Het is afhankelijk van het gemeentelijk beleid of de toeslag op de bijstandsnorm wijzigt.

Zorgtoeslag
Grootouder en kleinkind zijn geen toeslagpartner van elkaar. Het recht op zorgtoeslag blijft dus, zolang de inkomsten niet veranderen, ongewijzigd bestaan. 

AOW
In de Algemene Ouderdomswet is een bijzondere regeling wegens hulpbehoevendheid alleen van toepassing als door de samenwoning een gezamenlijke huishouding van twee pensioengerechtigden ontstaat en zij beiden een afzonderlijke woning aanhouden. Dit is nu niet het geval. Een gezamenlijke huishouding tussen je cliënte en haar grootmoeder heeft dan ook gevolgen voor de hoogte van de AOW. Deze wordt dan verleend naar een gehuwdenpensioen van 50% van het minimumloon. Als er geen in aanmerking te nemen vermogen is kan grootmoeder vervolgens aanspraak maken op de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO).

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Een cliënt krijgt geen arbeids-ongeschiktheidsuitkering. Kan hij wel recht hebben op een bijstandsuitkering?

Een cliënt is arbeidsongeschikt, maar krijgt geen arbeidsongeschiktheidsuitkering. Hij vraagt zich af of hij wel recht heeft op een bijstandsuitkering en deze kan aanvragen.

Welke mogelijkheden zijn er?


Dat is mogelijk als er voor je cliënt dan geen andere voorliggende voorziening meer is waarmee hij in de kosten van zijn levensonderhoud kan voorzien. Verder is van belang dat je cliënt aan alle voorwaarden voor een bijstandsuitkering voldoet.

Maatregel
Wanneer je cliënt geen arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgt als gevolg van een maatregel door het UWV, kan de gemeente bijstand verstrekken. Maar de gemeente moet dan kijken of de gedraging die leidde tot de maatregel niet ook aanleiding geeft om de bijstand te verlagen.

Boete en recidiveboete
Wanneer je cliënt een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt omdat het UWV hem een boete heeft opgelegd, dan kan je cliënt daar geen bijstand voor ontvangen, tenzij sprake is van het verrekenen van een recidiveboete. Als een recidiveboete wordt verrekend kan het college bij het verlenen van bijstand wel- voor zover de afstemmingsverordening daarin voorziet- een maatregel opleggen wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Een cliënt ontvangt een dwangsom. Telt deze als inkomen voor de belasting en voor zijn bijstandsuitkering?

Een cliënt heeft een bijstandsuitkering en heeft na een aanvraag in het kader van de Wmo in verband met overschrijding van de beslistermijn een dwangsom ontvangen. Moet hij deze dwangsom in de aangifte van inkomstenbelasting als inkomen opgeven en moet het ontvangen bedrag voor het vaststellen van het recht op bijstand als vrij te laten middelen worden aangemerkt?

Wat moet de cliënt doen?


De door de gemeente betaalde dwangsom is niet fiscaal belast en moet dan ook niet als inkomen in de belastingaangifte worden opgenomen.

Voor het verlenen van bijstand moet de ontvangen dwangsom echter wel als middel worden aangemerkt, omdat deze niet behoort tot de door de wetgever vastgestelde uitzonderingen. De (lagere) rechter beschouwt een dergelijke dwangsom niet als inkomen, maar als vermogen. Deze is van invloed op het recht op bijstand als daarmee de (resterende) vermogensvrijlating wordt overschreden.

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Wat zijn de gevolgen voor het ouderdoms-pensioen en de eigen bijdrage AWBZ na opname in een verpleeghuis?

Een cliënt is 80 jaar en is gehuwd met zijn echtgenote van 81. De echtgenote dient blijvend te worden opgenomen in een verpleeghuis. Wat heeft dit voor gevolgen voor hun recht op ouderdomspensioen en de eigen bijdrage AWBZ?

Wat zijn de gevolgen voor de cliënt en zijn echtgenote?


Indien een pensioengerechtigde is gehuwd, dan heeft hij recht op een ouderdomspensioen voor een gehuwde. Indien twee personen zijn gehuwd maar duurzaam gescheiden van elkaar leven dan kunnen zij als ongehuwd worden aangemerkt.

Voor het verlenen van bijstand moet de ontvangen dwangsom echter wel als middel worden aangemerkt, omdat deze niet behoort tot de door de wetgever vastgestelde uitzonderingen. De (lagere) rechter beschouwt een dergelijke dwangsom niet als inkomen, maar als vermogen. Deze is van invloed op het recht op bijstand als daarmee de (resterende) vermogensvrijlating wordt overschreden.

Dit is het geval wanneer:

1. er sprake is van een door een echtgenote (of beiden) gewilde en definitieve situatie waarbij de feitelijke leefsituatie uitwijst dat beiden afzonderlijk een leven leiden alsof zij niet meer met elkaar zijn gehuwd; of

2. er sprake is van een door de echtgenoten (of beiden) ongewilde situatie waarbij het samen leven onmogelijk is geworden en feitelijk definitief is verbroken. Dit kan zich voordoen als een van de echtgenoten blijvend wordt opgenomen in een verpleeghuis.

In het geval er sprake is van een verpleeghuis situatie dan heeft de echtgeno(o)t(e) de keuze om als ongehuwd te worden aangemerkt. De gemaakte keuze is definitief. Van belang is om na te gaan of het ontvangen van een pensioen voor een ongehuwde financieel voordelig is in verband met andere inkomsten (toeslagen) en uitgaven (eigen bijdrage AWBZ). De hoogte van de eigen bijdrage AWBZ is namelijk afhankelijk van het inkomen.

De gevolgen voor het recht op ouderdomspensioen hangen af van de keuze die door (een van) de echtgenoten wordt gemaakt. Als het recht op ouderdomspensioen wordt herzien, wijzigt mogelijk ook de hoogte van de eigen bijdrage AWBZ.

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Heeft een cliënt nog recht op kinderbijslag als haar dochter uit huis is geplaatst?

De dochter van een cliënt is 3 maanden geleden uit huis geplaatst, ze woont in een gesloten instelling. De cliënt vraagt zich af of ze nog wel recht heeft op kinderbijslag, nu ze veel minder kosten heeft voor haar dochter.

Wat zijn de gevolgen voor de kinderbijslag?


Het recht op kinderbijslag kan komen te vervallen, als een kind uit huis is geplaatst. Als een kind uit huis geplaatst is, onderzoekt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) of de ouders nog wel voldoende kosten voor het kind maken om in aanmerking te (blijven) komen voor kinderbijslag. Kinderbijslag is immers ook vaak nodig om de onderhoudsbijdrage te kunnen betalen. De SVB zal regelmatig informeren bij het LBIO of de ouders de ouderbijdrage betalen.

Aanvragen kinderbijslag
Als iemand geen kinderbijslag (meer) ontvangt, kan de kinderbijslag opnieuw worden aangevraagd bij de SVB. De SVB zal onderzoeken of er wordt voldaan aan de onderhoudseis uit de Algemene Kinderbijslagwet. Alle kosten die voor het kind worden gemaakt, tellen mee in deze onderhoudseis. Dat zijn de ouderbijdrage, maar ook andere kosten als schoolkosten, kleedgeld, kosten voor bezoek, verzekeringen ed. Ook de kosten die voor het kind worden gemaakt als het kind in de weekenden en vakanties bij de ouders verblijft, tellen mee.

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Kan de gemeente verhuis- en inrichtingskosten weigeren en aansluitend ook bijzondere bijstand?

De gemeente weigert een aanvraag om een voorziening in de vorm van verhuis- en inrichtingskosten. De reden is dat de cliënt het woonprobleem in de oude woning kan oplossen met een algemeen gebruikelijke voorziening, bijvoorbeeld renovatie van de badkamer. De cliënt vraagt aansluitend om bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten. Ook die aanvraag weigert de gemeente omdat de voorliggende voorziening (Wmo) bepaalt dat de kosten niet noodzakelijk zijn.

Heeft de gemeente gelijk?


Ja, de gemeente heeft gelijk. Ook al heeft de cliënt beperkingen in de woning van waaruit wordt verhuisd, een dergelijke aanvraag kan op grond van de Wmo worden geweigerd als de beperkingen kunnen worden opgelost met een algemeen gebruikelijke voorziening. Vanuit de Wmo wordt gesteld dat de gevraagde kosten niet als noodzakelijk worden aangemerkt.

Vraagt de cliënt vervolgens om bijzondere bijstand, dan geldt het volgende. De gemeente is niet bevoegd om bijzondere bijstand te verlenen als de voorliggende voorziening - in dit geval de Wmo - een oordeel heeft gegeven over de noodzaak van de kosten in het individuele geval. De aanvraag in deze casus is terecht geweigerd.

Let op: het kan zijn dat de gemeente beleid hanteert waarin zij afwijkt van het antwoord op deze vraag.

 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Bestaat er een voorziening voor loondoorbetaling bij ziekteverzuim van een gedeeltelijk arbeidsongeschikte?

Je cliënt heeft een bijstandsuitkering. Hij is gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard. Hij kan aan de slag bij een werkgever, maar de werkgever is bang voor loondoorbetaling bij mogelijk ziekteverzuim. Bestaat daar een voorziening voor?

Wat kan de werkgever doen?


Je cliënt kan aanspraak maken op een no-risk polis als hij de status arbeidsgehandicapte of structureel functioneel beperkt heeft. Als je cliënt onder de no-risk polis valt, komt hij bij ziekte voor een Ziektewet-uitkering in aanmerking. De werkgever betaalt het loon door en verrekent de uitkering daarmee. De no-risk polis geldt zodra je cliënt in dienst komt en is vijf jaar geldig.

Je kunt het UWV verzoeken een indicatiestelling voor een no-risk polis af te geven. Je kunt gebruik maken van een model aanvraagformulier. Het UWV verstrekt de verklaring als:

1. je cliënt tenminste twee jaar als werkzoekende bij het UWV is geregistreerd; • het college tenminste twee jaar verantwoordelijk is geweest voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling;

2. het college tenminste twee jaar verantwoordelijk is geweest voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling;

3. voldoende aannemelijk is dat je cliënt als gevolg van ziekte of gebrek geen functie met een werktijd van meer dan 65% van een volledige werkweek van 40 uur kan vervullen; :

4. je cliënt twee jaar ontheffing heeft van de arbeidsverplichtingen in verband met ziekte of gebrek.

Bovengenoemde voorwaarden staan in de Regeling indicatiestelling no-risk polis en premiekorting UWV. Bij twijfel kan het UWV uitsluitsel geven of je cliënt behoort tot de doelgroep.

Bij de aanvraag voor de indicatie voor een no-risk polis doe je een verklaring van één of meer deskundigen, waaruit blijkt dat je cliënt een structurele functionele beperking heeft. Je laat hiervoor een medische keuring uitvoeren. De deskundige moet voldoen aan de eisen die zijn vermeld in de Regeling indicatiestelling no-risk polis.

 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Een cliënt heeft geen recht op volledige alleenstaande ouderkorting, is bijzondere bijstand mogelijk?

Een cliënt ontvangt bijstand als aanvulling op kinderalimentatie voor drie kinderen. Zij voert geen huishouding met iemand anders, maar zou toch geen recht hebben op de volledige alleenstaande ouderkorting. Wat kan de reden hiervan zijn en kan ik ter compensatie bijzondere bijstand verlenen?

Hoe kan dit en wat kan de gemeente doen?


Recht op heffingskorting

De bijstand kan zodanig laag zijn dat de daarover door de gemeente via de rekenregels af te dragen loonheffing lager is dan de maximale alleenstaande ouderkorting. Over kinderalimentatie hoeft geen belasting te worden afgedragen. Daarom kan er dan soms geen recht op alleenstaande ouderkorting bestaan of wordt er niet het maximaal bedrag ontvangen.

Bijzondere bijstand

Er bestaat geen aanleiding om het tekort aan alleenstaande ouderkorting via bijzondere bijstand aan te vullen. Voor het verlenen van bijzondere bijstand is vereist dat aantoonbaar noodzakelijke kosten zijn verschuldigd die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

Inkomstenkorting

De aanspraak op de heffingskorting die als gevolg van de afgedragen loonheffing kan worden verzilverd moet op de normuitkering in mindering worden gebracht. Je cliënt ontvangt daarom door het mislopen van de alleenstaande ouderkorting per saldo geen lager inkomen.


 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Heeft een cliënte recht op een nabestaandenuitkering als zij duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot?

Een cliënte is 64 jaar, leeft duurzaam gescheiden van haar pensioengerechtigde echtgenoot en voert een gezamenlijke huishouding met een andere persoon. Haar echtgenoot ontvangt een ouderdomspensioen voor een alleenstaande. Hij overlijdt. Heeft cliënte recht op een nabestaandenuitkering?

Waar heeft de cliënte recht op?



De cliënte heeft geen recht op een nabestaandenuitkering omdat zij een gezamenlijke huishouding voert met een ander persoon waardoor zij als ongehuwd ten opzichte van haar echtgenoot wordt aangemerkt.

Duurzaam gescheiden leven
Duurzaam gescheiden leven doet zich voor wanneer:

1. er sprake is van een door een echtgenote (of beiden) gewilde en definitieve situatie waarbij de feitelijke leefsituatie uitwijst dat beiden afzonderlijk een leven leiden alsof zij niet meer met elkaar zijn gehuwd; of

2. er sprake is van een door de echtgenoten (of beiden) ongewilde situatie waarbij het samen leven onmogelijk is geworden en feitelijk definitief is verbroken. Dit kan zich voordoen als een van de echtgenoten blijvend wordt opgenomen in een verpleeghuis.

In het geval er sprake is van een verpleeghuissituatie dan heeft de echtgen(o)t(e) de keuze om als ongehuwd te worden aangemerkt. De gemaakte keuze is definitief. Is reeds in het kader van het ouderdomspensioen besloten dat echtgenoten duurzaam gescheiden leven dan kan deze keuze dus niet meer ongedaan worden gemaakt.

Gezamenlijke huishouding
Indien een van de echtgenoten een gezamenlijke huishouding voert met een andere persoon dan wordt hij/zij als ongehuwd ten aanzien van de zijn/haar echtgeno(o)t(e) aangemerkt. Indien de persoon waarmee de echtgeno(o)t(e) een gezamenlijke huishouding voert overlijdt dan bestaat er dus recht op een nabestaandenuitkering.

 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Moet een cliënt kinderalimentatie blijven betalen aan zijn ex-vrouw wanneer beide kinderen uit huis zijn geplaatst?

Een cliënt is 2 jaar geleden gescheiden. Zijn kinderen zijn in die tijd bij zijn ex-vrouw blijven wonen, hij betaalt iedere maand kinderalimentatie om bij te dragen aan hun opvoeding en verzorging. Een paar maanden geleden zijn beide kinderen uit huis geplaatst. De cliënt vraagt zich af of hij de kinderalimentatie moet blijven betalen, nu zijn ex-vrouw bijna geen kosten meer heeft voor de kinderen.

Wat moet de cliënt doen?



Kinderalimentatie dient te worden betaalt aan de (ex-)partner waar de kinderen na de echtscheiding zijn blijven wonen. Op het moment dat de kinderen uit huis worden geplaatst, betekent dit niet dat er helemaal geen kinderalimentatie voor de kinderen betaald hoeft te worden. Bij een uithuisplaatsing moet er namelijk een ouderbijdrage betaald worden aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO).

In geval van scheiding, dient de ouder die kinderbijslag ontvangt de ouderbijdrage te betalen. Dat zal in de regel de ouder zijn waar de kinderen na de echtscheiding zijn blijven wonen. Dit brengt mee dat de ouder bij wie de kinderen voor de uithuisplaatsing woonden, het recht op kinderalimentatie blijft behouden, ook al zijn de kinderen uit huis geplaatst.

Vermindering alimentatie
Als de ouderbijdrage aan het LBIO veel lager ligt dan de kinderalimentatie, kan de ouder die kinderalimentatie betaalt wel om vermindering van de alimentatie verzoeken. br />

 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Wat hebben schulden tot gevolg voor het persoonsgebonden budget van een cliënt?

Mijn cliënt heeft begeleiding in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Hij heeft schulden. Wat betekent dit voor zijn budget?

Wat zijn de gevolgen en wat moet de cliënt doen?



Als je cliënt schulden heeft kan hij in de problemen komen met zijn pgb. Op de voorschotten die het zorgkantoor op zijn rekening heeft gestort (het budget) kan namelijk beslag worden gelegd door zijn schuldeisers. De gevolgen zijn groot:

1. Je cliënt heeft geen budget meer om zorg in te kopen; of

2. Je cliënt heeft al zorg gehad maar moet deze nog betalen zodat de schulden oplopen; en

3. Je cliënt heeft het budget niet besteed aan zorg en moet de voorschotten terugbetalen aan het zorgkantoor.

Zorg in natura

Het is in deze situatie verstandig om het pgb om te zetten in zorg in natura. Je cliënt moet hiervoor contact opnemen met zijn zorgkantoor.

Hulp bij schulden

Je cliënt kan proberen om hulp te krijgen bij het regelen van de schulden. Daarvoor kan hij zich tot de gemeente wenden. Voor het betalen van schulden wordt in principe geen (bijzondere) bijstand verstrekt. Voor de kosten die je cliënt maakt om deel te nemen aan de schuldhulpverlening kan mogelijk wel bijzondere bijstand verstrekt worden.

 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Bestaat er een vrijstelling voor motorrijtuigenbelasting voor invalide personen?

Een gehandicapte cliënt heeft vernomen dat er voor invalide personen een vrijstelling bestaat voor motorrijtuigenbelasting. Is dit juist?

Is er een vrijstelling mogelijk?



Voor invalide personen bestaan er 2 'vrijstellingen' in de motorrijtuigenbelasting, namelijk de invaliditeitsvrijstelling en de gedeeltelijke vrijstelling in verband met een rolstoelinstallatie in de auto.

InvaliditeitsvrijstellingInvaliditeitsvrijstelling
Er bestaat een volledige vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor invaliden, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het gaat om een overgangsregeling waar slechts een beperkte groep invaliden voor in aanmerking komt.

Hulp bij schulden
Je cliënt kan proberen om hulp te krijgen bij het regelen van de schulden. Daarvoor kan hij zich tot de gemeente wenden. Voor het betalen van schulden wordt in principe geen (bijzondere) bijstand verstrekt. Voor de kosten die je cliënt maakt om deel te nemen aan de schuldhulpverlening kan mogelijk wel bijzondere bijstand verstrekt worden.

De voorwaarden zijn als volgt:

1. je cliënt is geboren voor 1 april 1918;
2. je cliënt kan aantonen dat hij of zij invalide is (met een verklaring van een arts);
3. je cliënt gebruikt de auto uitsluitend voor eigen vervoer;
4. is je cliënt niet de houder van de auto, dan mag de auto alleen gebruikt worden als je cliënt daadwerkelijk meerijdt;
5. de aanschafkosten van de auto bedragen maximaal € 18.604 (het gaat om het bedrag inclusief afleveringskosten en accessoires met uitzondering van de kosten die gemoeid zijn met de aanpassingen vanwege de invaliditeit van je cliënt);
6. je cliënt is niet in staat om zich te voet, per (brom)fiets of per openbaar vervoer te verplaatsen.

Het formulier om deze vrijstelling aan te vragen is te vinden op de website van de Belastingdienst.

Gedeeltelijke vrijstelling rolstoelinstallatie
Er geldt verder een tegemoetkoming in de motorrijtuigenbelasting voor personenauto's die zijn voorzien van een installatie voor het verplaatsen of vastzetten van een rolstoel. De tegemoetkoming bestaat eruit dat de Belastingdienst het gewicht van deze rolstoelinstallatie niet meerekent bij het vaststellen van de hoogte van de motorrijtuigenbelasting. Je cliënt dient de gedeeltelijke vrijstelling aan te vragen bij de Belastingdienst.

 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

De dochter van een cliënt heeft met haar brommer schade veroorzaakt. Wie is aansprakelijk voor de schulden?

Een cliënt heeft een dochter van 16 jaar, die met haar brommer schade veroorzaakt. Kan de cliënt hiervoor aansprakelijk worden gesteld, of moet de dochter zelf voor de schulden opdraaien?

Wie is aansprakelijk?



Een ouder of voogd kan zelf aansprakelijk zijn voor de door zijn of haar kind aangerichte schade. Het is afhankelijk van de leeftijd van het kind of en in hoeverre de ouder/ voogd aansprakelijk is.

Kinderen vanaf 16 jaar volledig zelf aansprakelijk
Bij kinderen vanaf 16 jaar staat de eigen aansprakelijkheid van het kind voorop. Indien ouders of de voogd een onrechtmatige daad kan worden aangerekend, kan ook de ouder/voogd aansprakelijk zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de ouders weten dat het kind zonder verplichte WA (Wettelijke Aansprakelijkheids)-verzekering op een brommer rondrijdt en schade veroorzaakt.

Kinderen van 14 en 15 jaar zelf aansprakelijk
Voor kinderen in de leeftijd van 14 en 15 jaar geldt dat het kind en de ouder/ voogd aansprakelijk zijn, tenzij de ouder/ voogd bewijst dat hij al het redelijke heeft gedaan om de onrechtmatige gedraging van het kind te voorkomen. Het kind is dus zelf ook (deels) aansprakelijk voor de gemaakte schade. De aansprakelijkheid is immers slechts uitgesloten tot 14 jaar.

Kinderen tot 14 jaar niet zelf aansprakelijk
Voor kinderen tot 14 jaar geldt dat zij volgens het burgerlijk wetboek zelf niet aansprakelijk kunnen zijn. De wet sluit dat uit. De ouder(s) of voogd(en) zijn echter alleen aansprakelijk:

1. als de gedraging van het kind (ongeacht de leeftijd van het kind) als 'onrechtmatig' is aan te merken, en
2. als er sprake is van een actieve gedraging.
Vaak kunnen de ouders de geleden schade wel verhalen op hun WA-verzekering.

 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Een cliënt is voorgedragen voor een Mantelzorgcompliment. Wat zijn de gevolgen voor zijn bijstandsuitkering?

De dochter van een cliënt heeft een AWBZ-indicatie voor begeleiding. De cliënt is voorgedragen voor een Mantelzorgcompliment. Heeft dit gevolgen voor zijn bijstandsuitkering?

Wat zijn de gevolgen voor zijn bijstandsuitkering?



Je cliënt is mantelzorger voor zijn dochter. Alle mantelzorgers die zorgen voor iemand met een langdurige AWBZ-indicatie zonder verblijf kunnen in aanmerking komen voor een Mantelzorgcompliment als waardering voor hun inzet. Degene met de AWBZ-indicatie mag aan één van de mantelzorgers eens per jaar een Mantelzorgcompliment uitdelen. De SVB stuurt hiervoor automatisch een aanvraagformulier toe. Het Mantelzorgcompliment wordt uitbetaald rond de Dag van de Mantelzorg, 10 november. In 2013 bedraagt het Mantelzorgcompliment € 200 netto.

Het Mantelzorgcompliment wordt niet gezien als inkomen voor de bijstand en heeft dus geen invloed op de uitkering van je cliënt. Over het Mantelzorgcompliment hoeft ook geen belasting te worden betaald. Omdat het bedrag niet bij het belastbaar inkomen wordt opgeteld heeft het evenmin gevolgen voor de hoogte van de zorg- en huurtoeslag.

Mantelzorgcompliment bij schulden
Het mantelzorgcompliment is een aanzienlijk bedrag. Als je cliënt in een traject van schuldsanering zit dan zal de gemeente, of zijn bewindvoerder, van geval tot geval bekijken of je cliënt het bedrag mag behouden.

 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Een cliënt is werkloos geworden, heeft hij nog wel recht op kinderopvangtoeslag?

Een cliënt veliest zijn baan en heeft kinderopvangtoeslag. Blijft hij recht hebben op kinderopvangtoeslag wanneer hij werkloos is?

Waar heeft de cliënt recht op?



Je cliënt heeft na zijn laatste werkdag nog drie maanden recht op dezelfde kinderopvangtoeslag.

Hierna zijn drie situaties denkbaar:

1. Je cliënt gaat binnen drie maanden weer aan de slag: hij blijft in dat geval gewoon kinderopvangtoeslag ontvangen. Eventuele wijzigingen (bijvoorbeeld in het aantal arbeidsuren) moet hij wel doorgeven aan de Belastingdienst;

2. Je cliënt gaat binnen drie maanden een opleiding volgen of een re-integratietraject via de gemeente of het UWV of een verplichte inburgeringscursus. Mits het kind van je cliënt nog naar de kinderopvang gaat heeft je cliënt recht op kinderopvangtoeslag voor de opvanguren die in het contract staan met de kinderopvanginstelling;

3. Je cliënt gaat binnen drie maanden niet werken en geen opleiding volgen of een re-integratietraject via gemeente of UWV of een inburgeringscursus. Na deze drie maanden heeft je cliënt geen recht meer op kinderopvangtoeslag op het moment waarop hij alle opvanguren heeft afgenomen waarop hij (gerekend over het hele jaar) recht had. Heeft hij nog uren over, dan mag hij deze gespaarde uren alsnog gebruiken, ook na afloop van de drie maanden.

Opzegtermijn kinderopvang
Veel kinderopvanginstellingen werken met een opzegtermijn. Je cliënt doet er verstandig aan zo snel mogelijk de kinderopvang op te zeggen zodra hij op de hoogte is van het verlies van zijn baan. Verwacht hij echter spoedig weer aan de slag te gaan, dan kan het verstandig zijn de kinderopvang niet op te zeggen (in verband met wachtlijsten bij het opnieuw aanmelden).

Nieuwe baan met meer of minder uren?
Gaat je cliënt in een nieuwe baan meer of minder werken, dan heeft dit mogelijk gevolgen voor de hoogte van de kinderopvangtoeslag. Het aantal uren van de minst werkende partner is namelijk bepalend voor het aantal uren waarvoor recht bestaat op toeslag.

 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

 

 

Een cliënt heeft zijn opgebouwde bedrijfs- pensioen afgekocht. Zijn er gevolgen voor zijn recht op AIO-aanvulling?

Een cliënt is pensioengerechtigd en heeft recht op een gekort ouderdomspensioen en AIO-aanvulling voor een alleenstaande. Hij heeft in de maand waarin hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt zijn opgebouwde bedrijfspensioen afgekocht voor een bedrag van €1.500. Heeft de afkoop van zijn pensioen gevolgen voor zijn recht op AIO-aanvulling?

Wat zijn de gevolgen voor de cliënt?



De afkoop van het bedrijfspensioen heeft in dit geval geen gevolgen voor het recht op AIO-aanvulling van je cliënt.

Maandelijkse vrijstelling
Het recht op AIO-aanvulling is afhankelijk van het inkomen. Indien een pensioengerechtigde een (afkoop van een) particulier pensioen ontvangt dan geldt hiervoor een maandelijkse vrijstelling van €19,20 (bedrag vanaf januari 2013) voor een persoon die pensioengerechtigd of ouder is. Voor gehuwden samen is dit een bedrag van €38,40. Dit geldt ook voor particuliere pensioenen die in het buitenland zijn opgebouwd.

Afkoop bedrijfspensioen en levensverwachting
Indien een bedrijfspensioen is afgekocht dan wordt gekeken naar de gemiddelde levensverwachting (volgens cijfers van het CBS) van een pensioengerechtigde op dat moment. Bij een levensverwachting van bijvoorbeeld 78 jaar is het aantal jaren vanaf de pensioengerechtigde leeftijd dertien. In dertien jaren zitten 156 maanden. Het bedrag van €1.500,00 dient te worden gedeeld door 156 maanden (€1.500/156 = €9,62).

Met dit bedrag dient iedere maand bij de vaststelling van het recht op AIO-aanvulling rekening te worden gehouden. Als dit bedrag lager is dan de van toepassing zijnde vrijstelling dan heeft de afkoop van het particuliere pensioen geen gevolgen voor het recht op AIO-aanvulling.

 

 

 

 

 

 

Email Email een vriend

De zoon van een cliënt is 16 jaar, heeft geen diploma en wil stoppen met school. Mag dit?

De zoon van een cliënt is net 16 jaar geworden, hij heeft nog geen diploma. Mag hij stoppen met school?

Welke mogelijkheden en gevolgen zijn er?



Leerplicht begint in Nederland op de 1e schooldag van de maand nadat een kind 5 jaar is geworden. Vanaf dat moment tot het einde van het schooljaar waarin een kind 16 jaar wordt, is het op grond van de Leerplichtwet verplicht om naar school te gaan.

De kwalificatieplicht houdt in dat aanvullend op de leerplicht, niemand voor zijn achttiende mag stoppen met school, tenzij hij een startkwalificatie heeft behaald. Een startkwalificatie betekent minstens een havo, vwo- of mbo2- diploma. De kwalificatieplicht komt dus na de leerplicht, die loopt tot en met het schooljaar waarin een kind 16 jaar wordt. Met de kwalificatieplicht wordt de leerplicht dus verlengd tot de dag dat een kind een startkwalificatie heeft gehaald, of tot de dag dat het kind 18 jaar wordt. De kwalificatieplicht is bedoeld om schooluitval tegen te gaan en om kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

Verzuim in geval van kwalificatieplicht
Indien niet aan de kwalificatieplicht wordt voldaan, moet dit worden gemeld aan de leerplichtambtenaar van de gemeente. Deze zal de zaak onderzoeken en proberen tot een oplossing te komen met de leerling, ouders en school. Als dat niet lukt, kan de leerplichtambtenaar proces-verbaal opmaken. Zowel de ouders, als het kind kunnen dan een boete of een taakstraf krijgen. Bij structureel ongeoorloofd schoolverzuim (spijbelen), kan de leerling een gevangenisstraf krijgen.

Email Email een vriend

 


Ontvang de Casus van de Week in uw mailbox

Meld u nu aan en u ontvangt de Casus van de Week elke week direct in uw mailbox. Daarnaast geeft u toestemming voor e-mail en telefonische benadering door Schulinck.

Aanhef  
Voornaam    
Tussenvoegsel
Achternaam    
Organisatie
Zakelijk tel.  
E-mailadres    
 

Abonneer U op de Casus van de Week!

Elke week het complete antwoord op complexe casussen in uw mailbox.

Casus Coach: in 4 clicks bij uw antwoord

De Casus van de Week wordt op wekelijkse basis samengesteld uit casussen geïntegreerd in de Casus Coach. Met behulp van de mobiele applicatie Casus Coach is het beoordelen van een sociale situatie eenvoudiger en krijgt u direct een bondige, praktische oplossing gepresenteerd na hooguit 4 klikken.

Casus Coach bestaat binnenkort uit meer dan 1.500 casussen en wordt continu uitgebreid.
Lees verder.

 
 

Wat is Casus Coach?

  • Voor professionals in de sociale zekerheid
  • Integrale oplossing
  • Niet de regelgeving maar situatie centraal
  • Functioneert op PC, tablet en smartphone